22 maart 2016

De bestuursrapportage van PPO Rotterdam van het vierde kwartaal 2015

Na enige oefening met eerdere versies in vorige kwartalen, ligt voor u de bestuursrapportage van PPO Rotterdam van het vierde kwartaal 2015. In deze rapportage staan alle activiteiten en resultaten van het kwartaal vermeld. De koers van het passend onderwijs in Rotterdam wordt vorm en inhoud gegeven door PPO Rotterdam in samenwerking met de 22 schoolbesturen. Met de bestuursrapportage, die ieder kwartaal verschijnt, wordt de ontwikkeling van passend onderwijs in Rotterdam uiteengezet in woord en cijfers.

Zo maken wij inzichtelijk wat de effecten van het gevoerde beleid zijn. De bestuursrapportage is voor ons een monitorings- en sturingsinstrument. Hiermee geven we efficiënt en effectief invulling aan de uitvoering op de Wet Passend Onderwijs in Rotterdam. 

 

In dit bericht focussen we op de:

o Trends

o Mijlpalen

o Ambities voor de toekomst

 

1. Trends:

Trend 1 Een dekkend netwerk in de wijk

Zoals in het overzicht zichtbaar is, worden in alle wijken inmiddels bijeenkomsten gehouden waar de basisondersteuning, extra ondersteuning en Passend Onderwijs worden besproken. In enkele wijken is er een intensievere samenwerking tussen scholen ontstaan, en zijn pilots aangevraagd. De wijken Ommoord, Hoogvliet, maar ook Kralingen/Crooswijk kunnen als goed voorbeeld worden aangemerkt. Er wordt interzuilair samengewerkt op het gebied van de zorgleerlingen, en nieuwe vormen van ondersteuning worden als kansen gezien.

Op een aantal plaatsen moet deze samenwerking nog wat meer van de grond komen, maar de intentie is er overal. Tijdens veel bijeenkomsten is de roep om de bijeenkomsten van de wijkteams met deze bijeenkomsten te combineren, om de overlegdruk te verkleinen. 

 

Trend 2 Het aantal maatwerkarrangementen blijft achter bij de prognose voor 2015

De prognose was steeds, al bij de oprichting van het samenwerkingsverband gebaseerd op het aantal rugzakken dat in het verleden is toegekend. Nu blijkt dat dit niet zomaar 1 op 1 financieel te vertalen was. Er zijn veel mogelijke redenen waarom het aantal maatwerkbudgetten vooralsnog is achtergebleven. Mogelijke redenen dat het aantal maatwerkbudgetten achterblijft zijn dat de schoolcontactpersonen veel preventieve werkzaamheden verrichten en dat steeds vaker wordt gekozen voor het inzetten van een (AB+)-arrangement. Daarnaast is het voor veel partijen nog altijd een onbekend fenomeen. Mogelijk spelen ook de peildata en vakanties mee, en stijgt het aantal aanvragen in het volgende kwartaal.

Voor sommige scholen is de nieuwe Wet Werk en Zekerheid een juridisch blok aan het been om de maatwerkbudgetten effectief in te kunnen zetten. 

 

Trend 3 Verschillen tussen schoolbesturen bij aanvraag arrangementen/ professionaliseringsgelden in ervaringen en aantallen

Het beleid van PPO Rotterdam is gericht op zo min mogelijk bureaucratie voor de professional en snelle hulp. Waar langs deze lijn wordt gewerkt zijn scholen daadwerkelijk zeer tevreden. Het

nieuwe beleid heeft echter nog niet overal tot een nieuwe werkwijze geleid. Zowel van de kant van de medewerkers PPO als de kant van de scholen zelf kan hier nog een slag worden gemaakt. De verschillen tussen de schoolbesturen wordt ook zichtbaar in het overzicht van de aangevraagde professionaliseringsgelden. De grotere schoolbesturen hebben hun deel aangevraagd, echter de kleinere schoolbesturen hebben dat niet. 

In het vorige kwartaal maakten de kleine schoolbesturen nog nauwelijks gebruik van arrangementen van het samenwerkingsverband. Dit neemt in dit kwartaal echter voorzichtig toe, een uitzondering daargelaten. 

 

Trend 4 Zorgelijke ontwikkelingen: thuiszitters, wachtlijsten SO en OZA

Er is ook een aantal ontwikkelingen dat zorgelijk is te noemen. Zo zijn er meer langdurige thuiszitters waarvoor geen plek is op het SO, maar die ook niet op een reguliere basisschool kunnen blijven, zelfs niet met behulp van extra ondersteuning van PPO. Verder verloopt de afstemming tussen de gemeente Rotterdam, PPO en de scholen op het gebied van onderwijszorgarrangementen moeizaam. Op operationeel en tactisch niveau is er intensieve samenwerking, maar op als het gaat om de strategische beleidsafspraken op het gebied van zorgleerlingen en arrangementen die de gemeente Rotterdam en het samenwerkingsverband moeten maken, valt er nog veel winst te behalen. 


Trend 5  Gedragsproblematiek en doorverwijzen 

Een ander signaal dat wij opmerken bij de scholen is dat op het gebied van leerlingen met gedragsproblematiek de maat vaak vol is voor scholen. Het bieden van maatwerk is in die gevallen niet meer afdoende. De school ziet dan als enige oplossing dat de leerling naar het SBO of het SO wordt verwezen. In dit kader is het goed om te noemen dat er in sommige wijken wordt gezocht naar een oplossing van deze problemen. Door de scholen (SO, SBO en bao) in de wijk Ommoord is er bijvoorbeeld een professionaliseringsaanvraag gedaan, dat zich richt op het versterken van de expertise op het gebied van gedragsproblematiek.

 

Mijlpalen

Mijlpaal 1 Gecomprimeerde SOP’s

In het 4de kwartaal hebben we tijdens de netwerkbijeenkomsten bijzondere aandacht geschonken aan het verzamelen van de nog ontbrekende gecomprimeerde SOP’s van Rotterdamse basisscholen. Dat heeft effect gehad: we hebben nu ongeveer 90% van alle gecomprimeerde SOP’s binnen. Deze gegevens zijn samengevoegd in een totaaloverzicht dat is gepubliceerd op 1 januari 2016.

 

Mijlpaal 2 Taskforce Thuiszitters
Op 15 december is de Taskforce Thuiszitters geïnstalleerd. In het 4de kwartaal is de Taskforce elke 2 weken bij elkaar gekomen. Voor twee van de drie leerlingen die in het 3de kwartaal zijn ingebracht, is met hulp van de Taskforce een plek gevonden. Voor de derde leerling is nog geen onderwijsplek gevonden. In het 4de kwartaal is één nieuwe leerling ingebracht. Ook voor deze leerling wordt nog naar een oplossing gezocht. Met de Taskforce is er meer doorzettingsmacht waardoor er sneller gehandeld kan worden.

 

Mijlpaal 3 AB+

Aan het begin van dit schooljaar (2015-2016) is gestart met het arrangement AB+. Dit arrangement lijkt in een prangende behoefte te voorzien, al kunnen we dit nu nog niet onderbouwen met cijfers. Dit komt omdat er in het 4de kwartaal van 2015 nog te weinig cijfers waren over afgeronde trajecten om e.e.a. nauwkeurig in beeld te brengen. Aanvragende scholen ervaren de trajecten desondanks als zeer positief. In het 4de kwartaal zijn in totaal twaalf trajecten uitgevoerd.

AB+ richt zich specifiek op het vaardiger maken van leerkrachten in de omgang met leerlingen met ernstige werkhoudings- en gedragsproblemen. Dit kwartaal is 4,87 FTE beschikbaar voor AB+ begeleiders. Om aan de vraag te kunnen blijven voldoen, is aan Horizon en Boor (piloot) gevraagd

of zij mensen beschikbaar hebben die vanuit het SO de nog openstaande vacatureruimte kunnen invullen.


Mijlpaal 4 Ziekteverzuim
Het percentage ziekteverzuim is in het vierde kwartaal drastisch gedaald naar 4,39%. Ten opzichte van het derde kwartaal is het ziekteverzuim gedaald met ongeveer 3%. We kunnen concluderen dat inspanningen op het gebied van re-integratie hun vruchten hebben afgeworpen. Voor 2015 stevent PPO af op een ziekteverzuimpercentage van 7,66%. Dit hogere percentage komt doordat het verzuimpercentage de eerste 3 kwartalen hoog was.

Ambitie toekomst

Ambitie 1 Ondersteuningsplan
Het is de ambitie van PPO Rotterdam een breed gedragen ondersteuningsplan op te leveren. Daarom is in het 4de kwartaal aan al onze stakeholders en de eigenaren van het samenwerkingsverband (de schoolbesturen) om input gevraagd. Deze input is opgehaald tijdens een tweetal werksessies. In totaal hebben zo’n 100 medewerkers van scholen, onderwijsarrangeerteams (OAT’s) en netwerkpartners het eerste ondersteuningsplan geëvalueerd. Het opstellen van het ondersteuningsplan is een wettelijke taak voor ieder samenwerkingsverband en moet minimaal iedere vier jaar worden vastgesteld en toegestuurd aan de Inspectie van het Onderwijs. Het vorige, eerste ondersteuningsplan van PPO Rotterdam, had een doorlooptijd van twee schooljaren. Hierdoor zijn we kort na de start van PPO Rotterdam alweer toe aan ons tweede ondersteuningsplan. Dit tweede  ondersteuningsplan zal vastgesteld worden voor 4 jaar. We kiezen daarom voor een kaderstellend ondersteuningsplan waarbij jaarplannen een belangrijke rol spelen. Het tweede ondersteuningsplan moet uiterlijk 1 mei 2016 aan de Inspectie van het Onderwijs verzonden worden.

Ambitie 2 Governance
Het is de ambitie uiterlijk 1 augustus 2016 een nieuwe governance inrichting in werking te laten treden. Het bestuur heeft zich daarom in het 4de kwartaal bezonnen op de vraag wat een passende governance inrichting is die past bij een organisatie als PPO Rotterdam. Eind juni 2015 heeft het bestuur hierover een studiedag gehouden met dr. Edith Hooge. Vervolgens heef in het najaar 2015 een nadere uitwerking plaatsgevonden, waarbij juridische ondersteuning is verleend door de heer Nijkamp van Nijkamp Consult. Deze uitwerking heeft geresulteerd n een voorstel voor een nieuwe governance structuur dat in januari 2016 aan de ALV is voorgelegd. 

Ambitie 3 Betrokkenheid netwerkbijeenkomsten
Een van de speerpunten van PPO Rotterdam is het faciliteren van een dekkend ondersteuningsnetwerk in de wijk. In het 4de kwartaal kan vastgesteld worden dat er een duidelijk verschil is tussen de verschillende OAT-gebieden m.b.t. het vorm en inhoud geven van dit dekkend ondersteuningsnetwerk in de wijk. Waar nodig heeft PPO Rotterdam daarom het initiatief genomen om de samenwerking tussen scholen (in een aantal gevallen via het clusteren van scholen) te realiseren. Het is de ambitie van PPO Rotterdam om daar waar het kan alleen te faciliteren en daar waar het nodig is de regie te blijven voeren. Er wordt al met al hard gewerkt aan het vormgeven van Passend Onderwijs in Rotterdam, en op sommige punten is dat een zoektocht. Scholen hebben zeer wisselende behoeftes, en een eenduidig antwoord vanuit het samenwerkingsverband is vaak niet te geven. PPO zal daar waar haar capaciteit het toelaat zoveel mogelijk maatwerk bieden. Belangrijke gemeenschappelijke deler is dat scholen behoefte hebben aan flexibiliteit, zowel in de inzet van menskracht als met middelen. 

Pagina delen: