05 juni 2015

Van tussenvoorziening naar AB Plus

Op 1 augustus 2015 eindigen de BOS-projecten en het HEI-project. Deze tussenvoorzieningen zijn buiten de eigen school van de leerling gesitueerd en dat maakt terugkeer naar de basisschool van herkomst vaak moeilijk. Daarom willen we de ondersteuning voor deze leerlingen voortaan op de eigen school van de leerling organiseren, of zo nodig op een school in de buurt.

We willen leerkrachten vaardiger maken in de omgang met leerlingen met ernstige gedragsproblemen. De insteek is dat de ondersteuning naar de leerling wordt gebracht in plaats van de leerling naar de ondersteuning.

 

We hebben dit arrangement AB Plus genoemd om aan te geven dat in een aantal situaties extra of andere begeleiding nodig is dan het reguliere AB-arrangement van PPO Rotterdam, omdat het om een complexe ondersteuningsvraag gaat. Met AB Plus willen we nog één keer alles op alles zetten om het systeem om het kind heen zó te ondersteunen en zó te optimaliseren dat het kind zich kan ontplooien en de leerkracht en de school minder handelingsverlegen zijn.

 

Deze ondersteuning willen we op vier niveaus organiseren, waarbij begonnen wordt bij het eerste niveau en zo nodig wordt opgeschaald naar het volgende niveau.

 

Niveau 1: extra uren schoolcontactpersoon
In situaties waarin een school niet meer aan de ondersteuningsbehoeften van een kind tegemoet kan komen zijn extra uren voor de schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam nodig. Die kent de school immers het best en kan in die extra tijd vaker naar de school toe gaan, zo nodig extra gesprekken voeren, extra (psycho)diagnostiek uitvoeren, maar vooral samen met de school, met de ouders en met het kind bekijken welke ondersteuning nodig is.

 

Niveau 2: vakgroep AB Plus
Er komt een vakgroep die op afroep ingezet kan worden voor specifieke situaties waarin intensieve ondersteuning nodig is, conflicten zijn ontstaan of de situatie onveilig is geworden. Deze medewerkers gaan het gesprek aan met de school over hoe je om kunt gaan met een conflict. Zij kunnen leerkrachten vaardiger maken in de omgang met leerlingen met ernstige gedrags- en/of werkhoudingsproblemen. Bovendien kunnen zij coteaching en/of ambulante begeleiding bieden en zijn zij bekend met de RADAR-methode.

 

Niveau 3: financieel maatwerk
In enkele situaties kan financieel maatwerk helpen om de leerling op de eigen school of binnen de eigen wijk van een goede onderwijsleeromgeving te voorzien. Hiermee wordt thuiszitten of plaatsing in het speciaal onderwijs voorkomen. Het gaat dan om tijdelijk financieel maatwerk, zodat de school extra mankracht kan inhuren om de onderwijsleersituatie zo goed mogelijk af te stemmen op de ondersteuningsbehoeften van de leerling.

 

Niveau 4: tijdelijke observatieplek in het speciaal (basis)onderwijs
Er is een vangnet nodig voor een kleine groep leerlingen die tijdelijk geen onderwijs meer kan krijgen op hun eigen, reguliere, basisschool. Het gaat hierbij om leerlingen die in een onderwijssituatie terecht zijn gekomen, waarin de hierboven beschreven opties geen meerwaarde meer bieden. Een tijdelijke observatieplek in het speciaal (basis)onderwijs kan dan wenselijk zijn. Hierbij blijft het kind ingeschreven op de reguliere basisschool. PPO Rotterdam, de ouders, de reguliere basisschool en de S(B)O-school die de observatieplek biedt, hebben veelvuldig contact met elkaar om samen te bepalen wat de ondersteuningsbehoeften van de leerling zijn en op welke manier die weer thuisnabij georganiseerd kunnen worden. Het gaat hier nadrukkelijk om een ondersteuningsvoorziening die we de komende vier jaar willen afbouwen. Door in te steken op preventie en door inzet van de hierboven genoemde mogelijkheden, gaan we ervan uit dat de observatieplekken steeds minder nodig zullen zijn.

Pagina delen: