22 september 2015

Werkt passend onderwijs?

Op 8 september publiceerde Kinderombudsman Dullaert zijn rapport over zijn bevindingen na één jaar Passend Onderwijs. Hieruit blijkt dat er nog steeds kinderen zijn met een specifieke onderwijsbehoefte die geen passende onderwijsvorm kunnen vinden.

De toon in het rapport is scherp, ondanks dat onderschrijft Dullaert dat veel van de problematieken ‘oud/bestaand’ zijn en dat problematieken niet opgelost kúnnen worden omdat de wet- en regelgeving hier nog niet op is ingericht. Ook staatssecretaris Dekker nuanceerde de kritische geluiden die in de landelijke media doorklonken door in een interview met de NOS te stellen dat: “Een veranderingsproces tijd nodig heeft”. (Lees het hele rapport van de Kinderombudsman hier).

Doel
Het doel van passend onderwijs is dat leerlingen met een specifieke leerbehoefte onderwijs krijgen dat bij hen past. Daardoor moeten er uiteindelijk minder kinderen langdurig thuiszitten en minder kinderen naar het speciaal onderwijs gaan. Het geld voor extra ondersteuning komt nu niet meer via de leerling (het rugzakje) maar via de school.

Het komt er op neer dat scholen primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de zorgplicht en dat samenwerkingsverbanden daarvoor het juiste beleid moeten voeren en de juiste voorwaarden en voorzieningen moeten creëren. Uiteindelijk zijn scholen en samenwerkingsverbanden er samen voor verantwoordelijk dat leerlingen een zo passend mogelijke plek in het onderwijs krijgen.

Positief
Uit het rapport van Dullaert blijkt dat het eerste jaar van passend onderwijs zowel positieve ontwikkelingen als knelpunten kent. Als positief benoemd is dat scholen beter kijken naar wat zij zelf kunnen betekenen voor een kind en kinderen vaker een tweede kans krijgen. Scholen en samenwerkingsverbanden voelen ook meer de verantwoordelijkheid en urgentie om een oplossing te vinden als onderwijs niet vanzelfsprekend is. Daarnaast blijkt dat de gezamenlijke inspanning leidt tot intensievere samenwerking waardoor betere oplossingen mogelijk worden: in de vorm van alternatieven en maatwerk.

Knelpunten
Toch lukt het niet om voor elk kind een passende vorm van onderwijs mogelijk te maken. De belangrijkste knelpunten die tijdens het onderzoek geïdentificeerd zijn, blijken allemaal onderdeel uit te maken van de zorgplicht: of op het niveau van het onderwijssysteem, of op het niveau van de praktische uitvoering.

De Kinderombudsman uit in zijn rapport vooral zorgen over het aantal thuiszitters. De invoering van passend onderwijs is voor hen niet de beloofde oplossing. De Rotterdamse taskforce thuiszitters daarentegen wordt in het rapport aangehaald als Best Practice:In deze taskforce werken schoolbesturen en de gemeente samen en is er sprake van (de vaak ontbrekende) feitelijke doorzettingsmacht: de taskforce thuiszitters heeft de bevoegdheid een kind op een school te laten plaatsen.


Conclusie Kinderombudsman
De algemene conclusie luidt: sommige kinderen zijn geholpen met de extra steun, voor kinderen voor wie geen goede ondersteuning voorhanden is, of voor kinderen die meer zorg nodig hebben, loopt dit nieuwe onderwijssysteem nog niet. Volgens Dullaert zijn er oude regels en wetten die maatwerk in de klas belemmeren, zoals de leerplicht die voor alle kinderen geldt of de beperking op thuisonderwijs. Met andere woorden: scholen, samenwerkingsverbanden, ketenpartners en ouders hebben tijd nodig om Passend Onderwijs te laten werken.

Pagina delen: